Als zestienjarige gitarist startte de in Turijn geboren Umberto Tozzi in 1968 samen met zijn oudere broer de lokale band Off Sound. Hij leerde de zanger Adriano Pappalardo kennen, die onderdak vond bij het Numero Uno-label van Lucio Battisti. Zo kwam Tozzi in contact met een aantal artiesten en kon hij als sessiemuzikant aan de slag voor het label. Hij schreef een paar nummers voor Mia Martini, bij wie hij ook soms in het koortje zong, en ‘Un corpo e un’anima’ waarmee Wess & Dori Ghezzi in 1975 een nummer 1-hit scoorden en Festivalbar wonnen. Vanaf dan ging hij samenwerken met tekstschrijver Giancarlo Bigazzi en bracht hij in 1976 zijn debuutalbum uit. Daarop zong hij ook zijn eigen versie van ‘Io camminero’ dat hij voor Fausto Leali had geschreven, die daar een top 10-hit mee had gescoord. De grote doorbraak kwam er een jaar later met ‘Ti amo’ en de daaropvolgende hits ‘Tu’ en ‘Gloria’. Mede dankzij dat laatste nummer, ook bij ons een top 5-hit, werd Umberto Tozzi internationaal een van de bestverkochte Italiaanse artiesten. Het nummer stond immers een paar jaar later, in de versie van Laura Branigan, op 2 in Amerika en het werd ook door tal van andere artiesten gecoverd.

…mede dankzij dat laatste nummer, ook bij ons een top 5-hit, werd Umberto Tozzi internationaal een van de bestverkochte Italiaanse artiesten…

Begin jaren ’80 scoorde hij nog met ‘Stella stai’ en een paar andere nummers, maar in 1984 flopte zijn nieuwe werk. Hij had tot dan elke zomer een album uitgebracht, maar hij brak toen met die gewoonte en trok zich een paar jaar terug. In 1987 maakte hij een comeback bij zijn eerste deelname aan San Remo. Samen met Gianni Morandi en Enrico Ruggeri won hij met het nummer ‘Si può dare di più’, dat hij samen schreef met Bigazzi en de jonge zanger Raf. Vervolgens gingen Tozzi en Raf met ‘Gente di mare’ naar het Songfestival. Ze werden er derde en scoorden ook buiten Italië een hit. Vooral de top 5-notering in Vlaanderen sprong eruit, wellicht een stuk door de extra aandacht, die het festival, toen in Brussel gehouden, hier kreeg. 

Hij deed daarna nog drie keer mee aan San Remo en won Festivalbar in 1994 met ‘Io muoio di te’. Vanaf de late jaren ’90 bracht hij af en toe nog nieuw werk uit, maar ondernam hij vooral jubileumtournees en beperkte hij zich tot compilaties. In 2006 was er een opmerkelijke samenwerking met Marco Masini. De heren maakten een album met  elkaars nummers en gingen op tournee. In 2019 reisde Tozzi ook nog eens met Raf het land rond. Tozzi kwam ook in de problemen met het gerecht. Hij woonde sinds begin jaren ’90 in Monte Carlo en Luxemburg en werd veroordeeld voor belastingontduiking. 


Andere toppers van Umberto Tozzi:

Donna amante mia (1976) (tot dat moment had hij alleen achter de schermen gewerkt als sessiemuzikant en had hij opgetreden met de groep La Strana Società. Dit werd zijn eerste single, eerste hit en latere klassieker.)

Ti amo (1977) (één van de grootste Italiaanse hits in Europa. Bij ons haalde het de top 5, maar in Frankrijk zelfs de hoogste stek. In Italië stond de single drie maanden op nummer 1, won het Festivalbar en was het de op één na grootste hit van het jaar, na ‘Amarsi un po’’ van Lucio Battisti. Wat je niet zou verwachten, is dat het liefdeslied aan twee vrouwen is gericht… Hij ziet zijn minnares graag, maar hij verlaat haar, waarna hij met de staart tussen de benen naar zijn vrouw terugkeert. In Frankrijk scoorde ook Dalida ermee. In 2002 nam hij het opnieuw op in een Frans-Italiaanse versie met de jonge zangeres Lena Ka en haalde hij in Frankrijk en Wallonië opnieuw de top 3.)

Tu (1978) (Veel muziekjournalisten dachten dat Tozzi een one-hit-wonder zou zijn. Hij sloeg echter ook in de zomer van 1978 toe met een nieuw album en de nummer 1-hit ‘Tu’. Het werd opnieuw ook een grote hit in de Franstalige en Duitstalige landen, maar vreemd genoeg niet in Vlaanderen en Nederland.)

Si può dare di più (1987) (Naar verluidt kwamen Tozzi, Gianni Morandi en Enrico Ruggeri op het idee om samen een nummer te maken op een party van Caterina Caselli, met wie ze allen bevriend waren. De heren deelden de passie voor voetbal en speelden samen in het team van de Italiaanse zangers. Ze kregen het idee om een soort van ‘We are the world’ of ‘Do they know it’s Christmas?’ te maken. Hoewel ze elk een ander publiek aanspraken, werkte het bundelen van de krachten. Ze wonnen San Remo, scoorden een nummer 1-hit en het lied werd meteen de hymne van het voor het goede doel opgerichte voetbalteam.)

https://youtu.be/70bupozYXc4

Raf werd in 1959 als Raffaele Riefoli geboren in Margherita di Savoia. Hij ging architectuur studeren in Florence en trok daarna naar Londen, waar hij Giancarlo Bigazzi leerde kennen. Hij keerde terug naar Florence, destijds de hoofdstad van de Italiaanse new wave, waar ze samen zijn eerste dikke hits schreven. Het was meteen raak in 1984 met de nummer 1-hit ‘Self control’, wat later dat jaar ook een wereldhit voor Laura Branigan zou worden. Het leek erop dat het na die paar Engelstalige hits voorbij zou zijn voor Raf, maar hij schreef mee aan ‘Si può dare di più’ en ging daarna ook in het Italiaans verder. 

Na het geslaagde avontuur met Umberto Tozzi op het Songfestival bouwde hij een mooie carrière uit. Hij bracht succesvolle albums uit, nam vier keer deel aan San Remo en won Festivalbar in 1989 en 1993. In 2001 werd ‘Infinito’ één van de grootste hits van het jaar. Ook ‘In tutti i miei giorni’ uit 2004 is een klassieker. Even gebruikte hij, vooral voor het buitenland, de artiestennaam Raff, maar die tweede ‘f’ liet hij al snel vallen. Naast Umberto Tozzi werkte Raf ook samen met Laura Pausini, Eros Ramazzotti, Alex Britti, Edoardo Bennato, Ron en Max Pezzali.


Extra clips: