Francesco De Gregori bouwde naast Antonello Venditti ook een enorme carrière uit. Meer nog dan Venditti was hij eerst vooral bezig met het coveren van Bob Dylan en Leonard Cohen, en ging hij ook op dat elan verder. ‘De prins van de singer-songwriters’ genoemd, staat hij zoals Bob Dylan in Italië bekend als zanger en dichter. Zelf wil hij liefst gewoon artiest worden genoemd. Hij werd in 1951 in Rome geboren, begon in de jaren ’60 gitaar te spelen en werd door zijn broer Luigi, die ook zong en liedjes schreef, geïntroduceerd in de Folkstudio. Samen met Venditti bracht hij in 1971 een album uit onder de naam Theorius Campus, met daarop het bekende ‘Roma capoccia’. Ze gingen daarna hun eigen weg, maar bleven ook vaak samenwerken. Hij brak in 1975, een jaar voor zijn vriend Venditti, door met het album ‘Rimmel’, dat één van de bestverkochte albums van de jaren ’70 zou worden en bijna een jaar in de top 10 zou staan.  

Hij ging in diezelfde periode een samenwerking aan met Fabrizio De André om de eerste nummers van de troubadour in een nieuw kleedje te steken. Ze zagen elkaar bijna niet in de studio, want Francesco werkte overdag aan de plaat, terwijl De André erg laat opstond en ’s nachts aan de slag ging. Eind 1975 gaf Francesco samen met Claudio Baglioni een geïmproviseerd akoestisch optreden voor het Pantheon, waar ze een plein vol toeristen trakteerden op nummers van The Beatles, Bob Dylan en Simon & Garfunkel, met de gitaarkoffers open voor hun voeten. Ze werden echter volledig genegeerd door het voorbijgaande publiek en Baglioni verklaarde later dat ze daar behoorlijk van waren geschrokken. Hij moest er een paar dagen van bekomen en grapte dat de meer ijdele Francesco er een paar weken voor nodig had. 

Het ene succesalbum na het andere volgde, al besliste De Gregori in 1977 zich uit de muziekwereld terug te trekken omdat hij, hoewel zelf progressief, het verwijt kreeg van extreemlinks dat hij zijn ziel verkocht aan de commercie. Bij een optreden in Milaan in 1976 liep het erg uit de hand en werd hij na afloop van het concert met een pistool weer op het podium geduwd, waar hij onder dwang van de menigte vragen naar zijn hoofd kreeg geslingerd over hoeveel geld hij met de concerten verdiende en waarom hij wel links in woorden was, maar het niet in daden toonde. Het voorval duurde tot de politie na een klein half uur ingreep. Er werd later vaak naar gerefereerd in teksten van andere zangers als Edoardo Bennato en Roberto Vecchioni. Francesco verloor zijn inspiratie en ging een tijdje werken in de boekhandel van een vriendin in Trastevere in Rome. Hij kwam terug omdat hij naar eigen zeggen zijn nummer ‘Generale’ te belangrijk vond om niet uit te brengen. 

…De Gregori werd vaak gelauwerd en kreeg onder meer zes prestigieuze Tenco Awards…

In 1979 ging hij samen met zijn vriend Lucio Dalla op tournee. Hun ‘Banana Republic’-tour leidde hen naar de grote stadions, waardoor ze als singer-songwriters, grote, maar atypische rocksterren werden. Samen met Ron schreef hij in 1980 ‘Mariù’ voor Gianni Morandi, zijn enige San Remo-ervaring. In de jaren ’90 schreef hij een reeks nummers voor Zucchero, waaronder de hit ‘Diamante’. Met Lucio Dalla gaf hij op oudejaarsavond 1997 een groot concert op Piazza dell’Unità in Assisi, dat live werd uitgezonden op RAI 1. In 2002 ondernam hij met Ron, Fiorella Mannoia en Pino Daniele een zeer geslaagde tournee langs de mooiste Italiaanse plaatsen. Bob Dylan prees hem en voegde een nummer van De Gregori toe aan de soundtrack van zijn 2003-film ‘Masked And Anonymous’. Nadat hij in de loop der jaren al een paar nummers van Dylan had gecoverd, bracht hij in 2015 eindelijk het album ‘De Gregori canta Dylan – Amore e furto’ uit, dat opnieuw de charts aanvoerde. Hij nam ook nog duetten op met Malika Ayane en Elisa. De Gregori werd vaak gelauwerd en kreeg onder meer zes prestigieuze Tenco Awards en won ook een Zilveren Lint voor de soundtrack van de film ‘Sei mai stata sulla luna’.


Andere toppers van Francesco De Gregori:

Alice (1973) (iconische single uit zijn solodebuut ‘Alice non lo sa’. Het was destijds geen grote hit, maar het haalde wel de radio en werd na verloop van tijd een grote klassieker. Francesco vond het zelf wel een goed nummer, maar kreeg er in zijn beginjaren een haat-liefdeverhouding mee, omdat men het steeds kwam aanvragen alsof hij geen andere songs had. Bovendien had het hem ook een half jaar gekost om de tekst te schrijven en daar hield hij niet van. In die tijd werd het nummer gecensureerd door de RAI, omdat het woord ‘kanker’ erin voorkwam. De zender vond dat niet kunnen voor een radiopubliek dat overdag graag gezellige teksten wilde horen. Live bracht hij echter altijd de originele versie.)

Buonanotte fiorellino (1975) (klassieker uit ‘Rimmel’, waarvan hij ook zelf beaamde dat het de enige keer was dat hij dicht bij plagiaat kwam. Het nummer leek immers heel erg op ‘Winterlude’ van zijn Amerikaanse voorbeeld Bob Dylan.)

Santa Lucia (1976) (Bij dit nummer uit het album ‘Buffalo Bill’ kreeg hij het verwijt over religie te zingen. Hij vond het nonsens, want de titel sloeg alleen op de kreet ‘Santa Lucia! Santa Lucia!’, die zijn bijziende moeder uitsloeg wanneer ze iets niet kon vinden. Lucio Dalla was jaloers op De Gregori voor het schrijven van dit nummer. Na Dalla’s dood zong Francesco het op zijn concerten met op het einde steeds de eerste noten van Dalla’s ‘Com’è profondo il mare’ als eerbetoon.)

Generale (1978) (comebacknummer van De Gregori en een echte klassieker. Het eerste Italiaanse nummer dat vertelt over de oorlog. Bovendien is het geschreven vanuit het perspectief van een soldaat tijdens zijn terugreis uit de Eerste Wereldoorlog, met een beschrijving van alles waarover hij onderweg nadenkt. Hij was toen ook net getrouwd en hij kreeg dat jaar ook een tweeling, Marco en Federico.)

La leva calcistica della classe ’68 (1982) (klassieker uit het album ‘Titanic’, dat het verhaal vertelt van een in 1968 geboren jongen, die vol angst auditie moet doen bij een voetbalteam. In het instrumentale stukje op het einde wordt verwezen naar het nummer ‘Vento nel vento’ van Lucio Battisti.)

La donna cannone (1983) (de grootste hit van Francesco. Hij had het nummer net geschreven toen actrice Monica Vitti hem belde voor een nummer voor haar nieuwe film ‘Flirt’. Zo werd het onverwacht de rode draad in de film en een enorme hit, later ook succesvol gecoverd door Mia Martini en Joan Baez.)


Extra clips:



Blijf op de hoogte en krijg een mailtje bij een nieuwe post